Over pensioen-knollen en citroenen

Pas met pensioen op je 76e!

In de afgelopen maanden is er in de politiek en de media veel gezegd en geschreven over pensioenen en de verhoging van de pensioenleeftijd, maar slechts zelden is er rationeel en wetenschappelijk gekeken naar het onderwerp. Want, ja u leest het goed, het is geen typo in de titel. Er had geen 67 moeten staan, zoals de politiek u wil doen geloven, maar echt 76! Dit is de leeftijd waarop we eigenlijk pas met pensioen kunnen gaan als we de laatste jaren van ons leven in (ongeveer) dezelfde welvaart willen leven als de jaren daarvoor. Dit is het gevolg van twee risico´s die cumuleren, namelijk het ´lang-leven risico´ en het ´beleggingsrisico´.

Laten we beginnen met dat laatste. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar toch schetst elke financiële instelling nog steeds een rooskleurig plaatje als u maar lang genoeg zou investeren in aandelen of andere ondoorzichtige producten van hen.

Op de lange termijn schetsen ze u allemaal een rendement van minimaal 5% en soms wel bijna 10%, en dat is absolute onzin. Als we kijken naar de verwachte rendementen van aandelen en dat afzetten tegen de kosten om de risico´s van ´shortfall´ af te dekken met opties, vallen deze twee over een langere periode geheel tegen elkaar weg, zoals meermaals door Professor Zvi Bodie van Boston University is aangetoond:



Kort en goed komt het erop neer dat de realistische nettorendementen van aandelen over een langere periode nagenoeg nul zijn. Al het meerdere is geluk en niets meer dan dat. Dus is rekenen met 0% nettorendement (na inflatie) het enige zekere scenario voor uw pensioen!

Dan het tweede risico van ´lang leven´. Nu is dat geen echt risico, want het is zeker dat de gemiddelde levensverwachting nog verder gaat stijgen, maar het risico bestaat erin dat u niet weet of u bij de gelukkigen (of ongelukkigen?) hoort!

We weten dat de gemiddelde levensverwachting in Nederland 85 jaar zal zijn binnenkort en dus moeten we in een periode vanaf ons 25e jaar een vermogen opbouwen om het tot ons 85e vol te houden. En dat met 0% nettorendement!

Dat laat zich eenvoudig berekenen in een wiskundige formule:

Spaar% x aantal jaren dat men spaart = Pensioen% x aantal jaren pensioen

Als ik 40 jaar lang elke maand 20% van mijn inkomen opzij zet, kan ik daarna 20 jaar lang 40% pensioen ontvangen (of variaties hierop). In een wiskundige formule ziet dat er als volgt uit:

s(R – B) = r(L – R)

waarbij R de pensioenleeftijd is, L de levensverwachting, B de leeftijd waarop we beginnen met sparen, s het spaar% is en r het pensioen% is.

Via een kleine wiskundige omweg is zo te bepalen dat R (pensioenleeftijd ) een gewogen gemiddelde is van de levensverwachting en de leeftijd waarop we beginnen met sparen. Als we eens uitgaan van een spaarpercentage van 10% en een pensioenpercentage van 60% bij een start-spaarleeftijd van 25 en een levensverwachting van 85 is de leeftijd waarop we met pensioen kunnen gaan 76,4 jaar.

Geen dag eerder!

Laat u zich geen knollen voor citroenen verkopen met uw pensioen; u moet of uw verwachtingen drastisch bijstellen, of substantieel meer en niet-risicodragend gaan sparen of dramatisch veel langer doorwerken.

Wanneer worden pensioenfondsen en verzekeraars hierover eens eerlijk?

AddThis Feed Button