Je pensioen als gokspel

Terwijl in de media ministers en BoBo’s over elkaar heen buitelen, verscheen op de achtergrond een mooie analyse van het ‘Pensioenakkoord’ door prof. Theo Kocken. Zijn harde conclusie (in mijn woorden): je kunt beter met je geld naar het casino gaan dan blij zijn met dit pensioenakkoord!

Al eerder schreef ik over de oneerlijke verdeling van lasten naar de zwaksten (werknemers), maar nu ontstaat er ook nog eens een legale basis voor pensioenfondsen om te gaan gokken met uw en mijn centen!

Volgens het akkoord mogen pensioenfondsen straks namelijk in plaats van de rekenrente, het (hogere) beleggingsrendement gebruiken om toekomstige verplichtingen te verdisconteren.

Dat klinkt als oersaai, technisch gedoe, maar kan over twintig jaar het verschil uitmaken tussen wel of geen pensioen. Kocken heeft zitten rekenen en levert de harde cijfers dat er iets behoorlijk mis is met het pensioenakkoord. Er zitten twee grote nadelen aan de berekeningswijze van het pensioenakkoord:

1. Onderdekking of andere ongewenste slechte resultaten kunnen worden weggepoetst door de asset allocatie risicovoller te maken en daarmee het verwachte rendement in de disconteringsvoet te vergroten. Dit betekent per direct een hogere dekkingsgraad en, als de dekkingsgraad een maat is voor gezondheid, betekent meer risico nemen dus per direct een verbeterde gezondheid.
Het voorstel is zeer contrair aan de vigerende accountingprincipes in de wereld, waarbij asset mix veranderingen geen of zeer beperkte invloed hebben op vermogen.

2. Ditzelfde effect verschaft niet alleen de mogelijkheid slechte prestaties legaal weg te poetsen, maar geeft tevens een prikkel tot risicoverhoging. In ieder ander systeem leidt risicoverhoging tot hogere kapitaaleisen bij hetzelfde kapitaal. In dit systeem wordt op unieke wijze de mogelijkheid geboden meer solvabiliteit (kapitaal) te creëren (en dus hogere dekking) door risico’s te verhogen. Hiermee is het voorstel tevens contrair aan solvabiliteitsregels van Basel III en Solvency II.

Als de dekkingsgraad van een pensioenfonds daalt – zoals vorig jaar voor bijna alle fondsen het geval was – dan kan zo’n fonds dat met een simpele verandering van de beleggingen oplossen. Gewoon wat risicovoller beleggen, wat meer geld in aandelen, wat minder in obligaties. Wat offensieve derivaten kopen, de defensieve juist verkopen. Dan gaat direct het verwachte rendement omhoog, want meer risico is meer gemiddeld rendement. En omdat de toekomstige verplichtingen (dus de vraag of er genoeg in kas zit om de jongeren straks een pensioen te kunnen uitkeren) met dat hogere rendement wordt verdisconteerd, gaat direct de dekkingsgraad direct omhoog. Een pervers systeem, want nergens wordt rekening gehouden met het feit dat er nu ook grotere tegenvallers mogelijk zijn.

Ik denk dat mevr. Jongerius dit niet volgt (helaas), maar ook van onze Tweede-Kamerleden heb ik nog maar bar weinig commentaar gehoord. Wat vinden zij van deze idiote prikkel om nog meer risico te nemen? Wat is hun mening over de buitengewoon curieuze manier waarom de vakbonden het pensioen van jong, werkend Nederland te grabbel gooit?

Gelukkig is er één vakbond (AbvaKabo) die tegendraads is; misschien ga ik lid worden!


AddThis Feed Button

Defined Ambition 2.0

In PBM van Maart verschijnt een bijzonder artikel over uw en mijn toekomst: uw pensioen.

Wat is een realistische verwachting over uw pensioen nu we ouder worden, de zorg duurder wordt en de wispelturigheid van het rendement op beleggingen groter lijkt dan ooit? Nu steeds meer pensioenen zijn gebaseerd op een ‘beschikbare premie’ regeling (DC – Defined Contribution) ligt het risico over wat uw pensioen zal zijn, bijna geheel bij u, de pensioengerechtigde.

En is dat nou wel het meest eerlijke systeem? Een systeem waarbij alle risico’s bij de zwaksten liggen? Of is er een nieuw denkraam nodig? Is er een derde weg in pensioenen, tussen DC en DB (Defined Benefit – middenloon- of eindloon- regeling)? Ja en die heet : Defined Ambition! Lees verder .....




AddThis Feed Button

Over pensioen-knollen en citroenen

Pas met pensioen op je 76e!

In de afgelopen maanden is er in de politiek en de media veel gezegd en geschreven over pensioenen en de verhoging van de pensioenleeftijd, maar slechts zelden is er rationeel en wetenschappelijk gekeken naar het onderwerp. Want, ja u leest het goed, het is geen typo in de titel. Er had geen 67 moeten staan, zoals de politiek u wil doen geloven, maar echt 76! Dit is de leeftijd waarop we eigenlijk pas met pensioen kunnen gaan als we de laatste jaren van ons leven in (ongeveer) dezelfde welvaart willen leven als de jaren daarvoor. Dit is het gevolg van twee risico´s die cumuleren, namelijk het ´lang-leven risico´ en het ´beleggingsrisico´.

Laten we beginnen met dat laatste. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst, maar toch schetst elke financiële instelling nog steeds een rooskleurig plaatje als u maar lang genoeg zou investeren in aandelen of andere ondoorzichtige producten van hen.

Op de lange termijn schetsen ze u allemaal een rendement van minimaal 5% en soms wel bijna 10%, en dat is absolute onzin. Als we kijken naar de verwachte rendementen van aandelen en dat afzetten tegen de kosten om de risico´s van ´shortfall´ af te dekken met opties, vallen deze twee over een langere periode geheel tegen elkaar weg, zoals meermaals door Professor Zvi Bodie van Boston University is aangetoond:



Kort en goed komt het erop neer dat de realistische nettorendementen van aandelen over een langere periode nagenoeg nul zijn. Al het meerdere is geluk en niets meer dan dat. Dus is rekenen met 0% nettorendement (na inflatie) het enige zekere scenario voor uw pensioen!

Dan het tweede risico van ´lang leven´. Nu is dat geen echt risico, want het is zeker dat de gemiddelde levensverwachting nog verder gaat stijgen, maar het risico bestaat erin dat u niet weet of u bij de gelukkigen (of ongelukkigen?) hoort!

We weten dat de gemiddelde levensverwachting in Nederland 85 jaar zal zijn binnenkort en dus moeten we in een periode vanaf ons 25e jaar een vermogen opbouwen om het tot ons 85e vol te houden. En dat met 0% nettorendement!

Dat laat zich eenvoudig berekenen in een wiskundige formule:

Spaar% x aantal jaren dat men spaart = Pensioen% x aantal jaren pensioen

Als ik 40 jaar lang elke maand 20% van mijn inkomen opzij zet, kan ik daarna 20 jaar lang 40% pensioen ontvangen (of variaties hierop). In een wiskundige formule ziet dat er als volgt uit:

s(R – B) = r(L – R)

waarbij R de pensioenleeftijd is, L de levensverwachting, B de leeftijd waarop we beginnen met sparen, s het spaar% is en r het pensioen% is.

Via een kleine wiskundige omweg is zo te bepalen dat R (pensioenleeftijd ) een gewogen gemiddelde is van de levensverwachting en de leeftijd waarop we beginnen met sparen. Als we eens uitgaan van een spaarpercentage van 10% en een pensioenpercentage van 60% bij een start-spaarleeftijd van 25 en een levensverwachting van 85 is de leeftijd waarop we met pensioen kunnen gaan 76,4 jaar.

Geen dag eerder!

Laat u zich geen knollen voor citroenen verkopen met uw pensioen; u moet of uw verwachtingen drastisch bijstellen, of substantieel meer en niet-risicodragend gaan sparen of dramatisch veel langer doorwerken.

Wanneer worden pensioenfondsen en verzekeraars hierover eens eerlijk?

AddThis Feed Button

Door tot je 67e?

Als het aan JP cs ligt mogen we binnenkort allemaal tot ons 67e doorwerken; als u dat niet doet moet u extra belasting betalen! En ik verdenk ze er ook van dat ze binnenkort gaan voorkomen dat uw pensioenuitvoerder voor uw 67e überhaupt mag gaan uitkeren. En dat allemaal vanwege de vergrijzing en de toegenomen gemiddelde leeftijd (zeggen ze). Maar indachtig mijn vorige blog en met gebruik van zijn data, laten we nog eens naar de feiten kijken. Van 1960 naar 2004 steeg de gemiddelde leeftijd in Nederland van 73 naar 79 (in de laatste 15 jaar overigens 'maar' van 77 naar 79). Tegelijkertijd daalde de zuigelingensterfte van 25/1000 naar slechts 5,6/1000:



De stijging van de gemiddelde leeftijd in Nederland is dus nauwelijks omdat we zo veel ouder worden, maar vooral omdat we zo veel beter kinderen in het 1e jaar in leven houden! Daar helpt dus een senioren-tax niets aan. Als we dan ook weten dat de arbeidsparticipatie van 55+-ers (mannen en vrouwen) zo rond de 50% (bron: CBS) ligt (en menigeen hiervan graag nog werkt) is het dus onzin van dit kabinet om de betaalbaarheid van ons Sociale Stelsel ('omdat er te weinig/te kort gewerkt wordt') op te hangen aan een senioren-tax. Als we dan ook weten dat een groot deel van de werkeloosheid onder 55+-ers komt vanuit de publieke- en semi-publieke sector, probeert de overheid dus eigenlijk haar falen als werkgever op u en mij af te wentelen. Dat u het maar weet als u de volgende keer gaat stemmen! Maar ja, dat zal wel weer niet over feiten gaan.