Uit de Rode Hoed ...

Gisteren vond in de Rode Hoed te Amsterdam de 6e Ernst Hijmanslezing plaats, met in het voorprogramma een ‘Kort Geding’ over de ondernemende adviseur; wat in deze casus moet worden gelezen als de adviseur die bereid is risicodragend beloond te worden op de uitkomst/werking van zijn advies.

De ‘voor’ positie werd ingenomen door Theo Camps, voorzitter ROA (Raad van Organisatie-Adviesbureaus) en Berenschot, en de ‘tegen’ positie door Leon de Caluwe, Twynstra Gudde-man en hooglaar aan de VU. In het midden van het debat bevond zich Miel Otto, ex-GITP-er en emeritus-hoogleraar aan de VU, met de praktische opstelling dat een adviseur altijd een ‘onafhankelijk denker moet zijn, maar altijd opereert in een afhankelijke relatie’.

De ‘voor’-positie werd met name gevoed uit de praktische realiteit (‘zo werkt het gewoon in de huidige reciprociteits-maatschappij’) en vooral gedreven vanuit de vraag van klanten. De tegen-argumenten van Leon de Caluwe zitten met name in de ethische/moralistische hoek, namelijk dat ondernemen (met deze connotatie) iets van managers is en adviseurs er zijn om onafhankelijk te denken en geen managers zijn; ‘zo is het altijd geweest en zo moet het altijd blijven’.

Het debat roept een aardige vraag op, maar kwam niet verder dan wat uitwisseling van standpunten en moraliteiten (‘zo hoort het’), terwijl de vraag interessant en belangrijk genoeg is (zie ook mijn rede aan de VU in dit licht). Mijn vraag aan het ‘tegen-kamp’ zou zijn: Waarom mag je wel je intellectuele kapitaal inzetten als adviseur, maar niet je financiële kapitaal? Waarom is het een van een andere orde? Waarom zou je als professional niet afgerekend willen worden op het resultaat? Is dat omdat we als beroepsgroep te vaak te weinig ‘bewijs’ kunnen leveren dat iets gaat werken? Implemtatie-validiteit heet dat! Onder dwang van moralisten als Leon de Caluwe wordt er te weinig gezocht naar deze validiteit en worden valideringsmechanismen via de beloning buiten de deur gehouden. Het feit dat in de beroepscode van de ROA veel aandacht is voor de zorgvuldigheid van het adviesproces (zie artikel 5.2 van de Gedragscode ROA: er is sprake van een inspanningsverplichting, tenzij….), en er maar weinig aandacht is voor de ‘validiteit’ van het advies, geeft te denken. Ik hoor graag een reactie!